Leefloon

Print

Wat

Het leefloon is een onderdeel van het recht op maatschappelijke integratie. Hebt u geen inkomen of is dit lager dan bepaalde grensbedragen, dan ontvangt u onder bepaalde voorwaarden van het OCMW een leefloon. Dit leefloon vervangt sinds 1 oktober 2002 het bestaansminimum.

Voorwaarden

Nationaliteit

U bent:

  • ofwel Belg
  • ofwel staatloos
  • ofwel erkend vluchteling
  • ofwel onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie (voor zover u onder de toepassing valt van het vrij verkeer van werknemers)
  • ofwel vreemdeling ingeschreven in het bevolkingsregister

Leeftijd u bent

  • minstens 18 jaar oud
  • jonger dan 18 jaar oud en:
    • u bent ontvoogd door huwelijk
    • u bent zwanger
    • u hebt kinderen ten laste

Verblijfplaats

U verblijft gewoonlijk en permanent in België.

Inkomsten

U hebt onvoldoende inkomsten en u bent niet in staat er zelf te verwerven. Indien uw inkomsten lager zijn dan het bedrag van het leefloon, keert het OCMW slechts het verschil uit.

Werkbereidheid

U bent bereid te werken, tenzij dit om gezondheids- of billijkheidsredenen niet mogelijk is.

Andere uitkeringen

  • u bent bereid uw rechten op andere sociale uitkeringen te laten gelden indien het mogelijk is (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkering, pensioen, ...)
  • het OCMW kan eisen dat u uw rechten op onderhoudsgeld laat gelden bij uw ouders, uw kinderen, uw echtgenoot, uw ex-echtgenoot, de adoptant of de geadopteerde

Procedure

U dient zich aan te melden via het welzijnsloket van de sociale dienst, in de gemeente waar u woont, om de aanvraag persoonlijk in te leiden. Bij een eerste aanmelding zal u een afspraak krijgen bij de intaker. Deze voert een sociaal onderzoek naar uw familiale, sociale en financiële situatie.

Uw dossier wordt vervolgens voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de sociale dienst. Indien u dit wenst, kan u vragen om gehoord te worden alvorens er een beslissing wordt genomen over uw hulpvraag. Het OCMW engageert zich om binnen de 30 dagen na uw aanvraag een beslissing te nemen.

Wat meebrengen

U kan uw financiële situatie aantonen door het volgende mee te brengen:

  • identiteitskaart
  • een overzicht van alle inkomsten (van alle meerderjarige gezinsleden)
  • een overzicht van alle vaste en variabele kosten (huishuur, elektriciteit, water, telefoon, medicatie,...)
  • een overzicht van eventuele schulden
  • het huurcontract

Bedrag

Het bedrag waarop u recht hebt, wordt bepaald op basis van uw familiale toestand. Er bestaan drie categorieën.

  • Categorie 1: Samenwonende
    Wanneer u met iemand samenwoont met wie u de uitgaven voor het huishouden (huur, energie, enz.) deelt, wordt u beschouwd als samenwonende. Dat moet niet noodzakelijk met uw partner zijn.
  • Categorie 2: Alleenstaande
    Wanneer u alleen woont, wordt u beschouwd als een alleenstaande.
  • Categorie 3: Samenwonende met gezinslast
    Wanneer u minstens één minderjarig, ongehuwd kind ten laste hebt, wordt u beschouwd als samenwonende met gezinslast. Als u in dit geval samenwoont met een partner, geldt dit bedrag voor jullie beiden samen.
Categorie 1: Samenwonende 619,15 euro per maand

7.429,80 euro per jaar

Categorie 2: Alleenstaande 928,73 euro per maand

11.144,72 euro per jaar

Categorie 3: Samenwonende met gezinslast 1254,82 euro per maand

15.057,85 euro per jaar

Regelgeving

Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.