Taalbuddy’s brengen mensen en talen samen

Elke week ontmoeten taalbuddy’s en anderstaligen elkaar om Nederlands te oefenen in een ontspannen en veilige sfeer. Het zijn momenten van echte ontmoeting, waar niet alleen taal maar ook verhalen, cultuur en vriendschap worden gedeeld.

Samen oefenen bij Westrand

Taalbuddy Danielle komt wekelijks samen met Hanane (Marokko),  Ikram (Marokko), Keiko (Japan) en Luz (Colombia). Assia (Marokko) en Nabila (Marokko) konden er deze keer niet bij zijn. 

Ze spreken af aan de ingang van Westrand, wat handig aansluit bij de lessen Nederlands. Via een WhatsAppgroep houden ze contact en verwittigen ze elkaar wanneer iemand wat later is.

De deelnemers hebben elk hun eigen motivatie om Nederlands te leren.

Luz wil haar Nederlands verbeteren om de school van haar kind te kunnen opvolgen en om met andere ouders te praten. Thuis spreekt ze Spaans en daarnaast ook Frans en Italiaans. Haar kinderen spelen voetbal bij VC Groot-Bijgaarden-Ternat en spreken daar Nederlands, wat hen extra helpt. Toch blijft het een uitdaging om de verschillende uitspraakvormen en dialecten te begrijpen.

Voor Keiko is oefenen de sleutel. “Taal is zoals sport: je moet het veel oefenen”, vertelt ze. Naast logopedie helpt taalbuddy Danielle haar met het inoefenen van korte zinnen om haar uitspraak te verbeteren, zodat ze zich ook verstaanbaar kan maken bij de familie van haar vriend.

Ikram wil Nederlands leren om vlot te kunnen communiceren in het gemeentehuis en met de juf van haar kinderen. “Mijn kinderen lachen soms met mijn Nederlands, daarom wil ik extra oefenen,” zegt ze.

Ook Hanane volgt Nederlands om haar kinderen te helpen bij hun huiswerk en om zich zelfstandig te redden in het dagelijkse leven: boodschappen doen, een bezoek aan het ziekenhuis of het gemeentehuis. Thuis probeert ze Nederlands te spreken met haar kinderen. Als ze een woord niet begrijpt, helpen zij haar met vertalen.

Meer dan alleen taal

Tijdens de bijeenkomsten praten ze over herkenbare thema’s zoals oudercontacten, maar ook spontaan over allerlei andere onderwerpen. Zo kwamen al traditionele dansen ter sprake, van Colombiaanse en Arabische tot Vlaamse volksdansen. Ook tradities en feesten worden gedeeld, zoals de Vastentijd. Luz vertelde bijvoorbeeld dat er in Colombia geen ramadan is, maar wel de traditie om veertig dagen lang iets op te geven wat je graag hebt. Zelf drinkt ze dan geen koffie.

Soms brengt iemand koekjes, pannenkoeken of thee mee. Keiko vertelde de groep over amuletten en talismannen; ze heeft er zelfs eentje om haar taal te verbeteren.

Er wordt ook gelachen over culturele verschillen. België staat bekend om het lekkere eten en de sausjes, maar het is wel opvallend stil op zondag. In Japan is dat anders. Het openbaar vervoer lijkt soms vreemd: in Japan is het exact, terwijl treinen in Colombia net minder stipt zijn. Wat velen ook lastig vinden, is dat je in België niet zomaar spontaan bij iemand op bezoek gaat — hier maak je best eerst een afspraak.

Een veilige plek om te groeien

Iedereen mag zijn mening geven. Er is geen evaluatie of punten, enkel ruimte om te oefenen. De onderlinge band is belangrijk en gaat verder dan oppervlakkige contacten. Soms bespreken ze ook praktische zaken, zoals documenten van Burgerzaken, die samen worden uitgelegd. Zo helpen ze elkaar verder.

Danielle merkt duidelijk vooruitgang: “Hun woordenschat is uitgebreid en ze durven nu echt te spreken.”

Voor de deelnemers is het duidelijk: met een taalbuddy leer je Nederlands zoals het in het echte leven wordt gesproken.

Ook andere taalbuddy’s bouwen bruggen

Taalbuddy Agnes komt wekelijks samen met Mira uit Libanon en Nalan uit Turkije. Mira heeft een bachelor in grafische vormgeving en is in haar vrije tijd fotografe. Ze kwam naar België op zoek naar stabiliteit, veiligheid en vrijheid, en noemt het intussen haar tweede thuis. Werk vinden is moeilijk door de hoge taalvereisten. Nederlands leren via Duolingo bleek onvoldoende, maar sinds ze wekelijks afspreekt met Agnes en Nalan boekt ze zichtbare vooruitgang.

Nalan wil Nederlands leren om te starten met een opleiding kinderbegeleider. Vanaf september combineert ze lessen, opleiding en stage. Samen oefenen ze dialogen rond thema’s zoals kleding en eten, en spelen ze taalspelletjes om vervoegingen in te oefenen.

Daarnaast komen anderstaligen elke vrijdag samen om te wandelen. De sfeer is goed en ze leren veel van elkaar.

Ook hier worden culturele verschillen besproken: in België kies je zelf wat je in je boodschappentas legt, wat in Libanon niet vanzelfsprekend is. Het klimaat wordt als aangenamer ervaren: minder warme en vochtige zomers, al blijft het hier in de zomer wel langer licht.

Voor Agnes is het duidelijk waarom ze taalbuddy is: “Het is fijn om mensen te helpen. Het vraagt niet veel tijd en je kiest zelf hoeveel engagement je opneemt.”