Huwelijk

Print

Wat

Het huwelijk is een verbintenis tussen twee mensen, voltrokken door een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het huwelijk vindt normaal gezien plaats in het gemeentehuis. Het kan eventueel op een andere openbare plaats met neutraal karakter, als de gemeenteraad zo'n plaats heeft aangewezen.

Het huwelijk kan plaatsvinden in de gemeente waar één van de aanstaande echtgenoten is ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister.

Huwelijken worden in Dilbeek voltrokken in de trouwzaal van het Kasteel-gemeentehuis (Gemeenteplein 1) op volgende momenten:

  • Donderdag: 18u - 18u30
    • Kostprijs: 50 euro
  • Vrijdag: 14u - 14u30 - 15u - 15u30
    • Kostprijs: 100 euro
  • Zaterdag: 11u - 11u30 - 12u - 12u30
    • Kostprijs: 200 euro

Voorwaarden

De voorwaarden om te kunnen trouwen, worden bepaald door de wet van het land waarvan men de nationaliteit heeft. De belangrijkste huwelijksvoorwaarden voor Belgen zijn:

  • minimumleeftijd: de minimumleeftijd om te trouwen, is 18 jaar. De jeugdrechtbank kan die leeftijdsbeperking opheffen als daar goede redenen voor zijn.
  • toestemming van de echtgenoten: beide partners moeten vrijwillig toestemmen in het huwelijk. Een gedwongen huwelijk is dus verboden.
  • afwezigheid van een huwelijksbeletsel: huwelijken tussen personen die onderling een te nauwe bloed- of aanverwantschap hebben, zijn verboden. De koning kan, om gewichtige redenen, dat verbod opheffen. Zo'n verzoek moet gericht worden aan de minister van Justitie.
  • verbod op bigamie: iemand die al getrouwd is, mag geen ander huwelijk aangaan. Dat verbod geldt ook voor vreemdelingen die in België trouwen, zelfs als hun eigen nationale wet polygamie toestaat. Bigamie is een strafbaar feit.
  • verbod op schijnhuwelijk: een huwelijk waarbij de intentie van de minstens één van de echtgenoten niet gericht is op het totstandbrenging van een duurzame levensgemeenschap, maar alleen op het verkrijgen van een verblijfsrechtelijk voordeel, is verboden.

De voorwaarden voor vreemdelingen worden bepaald door hun eigen nationale wet.

Procedure

  • Minstens 14 dagen voor de geplande huwelijksdatum doet u aangifte bij een ambtenaar van de burgerlijke stand
  • U wordt daarna door de dienst Burgerzaken uitgenodigd voor het opmaken van de huwelijksaangifte. Als u een andere nationaliteit hebt, moet u eerst de nodige documenten voorleggen aan de dienst Burgerzaken. Deze documenten mogen maximaal 6 maanden oud zijn.
  • U wordt door een ambtenaar van de burgerlijke stand in de echt verbonden.
  • De ambtenaar maakt dadelijk een huwelijksakte op. Die akte wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en geldt als bewijs van de huwelijksvoltrekking.
  • U krijgt een trouwboekje, waarin later bv. de kinderen worden ingeschreven en eventueel de parochie waar het kerkelijke huwelijk wordt ingezegend.

Het burgerlijk huwelijk kan voltrokken worden minimaal 14 dagen na de huwelijksaangifte en uiterlijk 6 maanden erna. Het burgerlijk huwelijk moet plaatsvinden vóór het eventuele religieuze huwelijk.

Voor te leggen documenten door personen die in het buitenland geboren zijn:

  • Geboorteakte (afgeleverd in het land van geboorte)

Voor te leggen documenten door personen die in het buitenland verblijven en/of waarvan het laatste huwelijk in het buitenland is ontbonden:

  • bewijs van inschrijving met vermelding van de nationaliteit (afgeleverd in het land van woonst)
  • bewijs van ongehuwde staat (afgeleverd in het land van woonst) of bewijs van ontbinding van het vorige huwelijk (echtscheidings- of overlijdensakte afgeleverd in het buitenland)

Documenten uit het buitenland dienen (meestal) gelegaliseerd te worden.

Voor te leggen documenten door niet-Belgen:

  • Bewijs van gewoonterecht afgeleverd door consulaat of ambassade

De documenten die niet in het Nederlands zijn opgesteld, dienen te worden vertaald door een beëdigd vertaler waarvan de handtekening werd gelegaliseerd door de Rechtbank van eerste aanleg.

Wat meebrengen

Indentiteitskaarten van de partners en van de eventuele getuigen.

Regelgeving

Artikelen 75, 76 en 144 tot 171 van het Burgerlijk Wetboek