Niet zo kwistig met licht
Onlangs besliste minister Hilde Crevits om op ruim de helft van de Vlaamse autosnelwegen de straatlampen ’s nachts te doven. Toch blijft Vlaanderen baden in het licht terwijl de meeste mensen slapen. Naast nodeloos energieverbruik is teveel verlichting ook dikwijls hinderlijk. Een overdaad aan licht kan het bioritme verstoren, niet alleen van mensen maar ook van dieren en zelfs planten. Ander voorbeeld is dat de sterrenhemel aan het licht wordt onttrokken.
Lichttips
- De oprit, voordeur, tuinpad verlichten is alleen nodig als daar iemand is. Laat lichten niet permanent branden maar gebruik een goed geplaatste en gerichte bewegingsdetector.
- Plaats geen krachtige schijnwerper hoog op de gevel; verlicht enkel wat nuttig is.
- Ook om inbrekers af te schrikken is een buitenlamp met bewegingsdetector of tijdschakelaar efficiënter dan permanente verlichting.
- Plaats geen halogeenspots die de hele gevel verlichten. Deze dienen tot niets.
Hoe lichthinder beperken?
- Verlicht van boven naar beneden.
- Plaats de verlichting zo dicht mogelijk bij wat verlicht moet worden; voor een pas is dat bijvoorbeeld vlak ernaast en laag bij de grond.
- Zorg ervoor dat je lampen beperkt blijven tot jouw eigendom.
- Controleer of je verlichting niet verblindend werkt voor weggebruikers die voorbijkomen
- Voorkom strooilicht door lampen af te schermen zodat ze alleen het hoogst nodige verlichten.
Licht en dieren.
Wist je dat er diersoorten zijn die plaatsen of zelfs hele streken mijden waar het nooit meer echt donker wordt? Ze trekken zich noodgedwongen terug naar oorden waar ze zich minder verstoord voelen. Bij de dieren die blijven, zijn er die haast niet meer voelen wanneer het nacht wordt. Ze worden zelfs aangetrokken door het licht, blijven te lang wakker en willen voortdurend op zoek naar voedsel. Daardoor raken ze uitgeput en verzwakt.
Tot slot.
Leer genieten van de duisternis en van een heldere sterrenhemel. Laat de nacht nacht blijven!
