normale lettergroottegrotere lettergroottegrootste lettergrootte

Beschermde monumenten en landschappen

Op zoek naar Dilbeekse monumenten? Naar mooie landschappen in onze gemeente?

Er zijn in Dilbeek heel wat gebouwen (al dan niet met hun omgeving) beschermd als monument en landschap.

Gemeentehuis – Kasteel de Viron  

Architect Jean-Pierre Cluysenaar (1811 – 1880) ontwerpt het kasteel in 1862 voor baron Théodore de Viron.
Dit gebouw met overheersende verticale lijnen, valt op door zijn speelse, sprookjesachtige voorkomen.  Rode baksteen, blauwe hardsteen en witte zandsteen accentueren het schilderachtige karakter.
De vier uitspringende hoektorens met opvallende peervormige bekroningen, geven het gebouw   een indrukwekkend karakter.
Volgens de overlevering heeft de architect de volledige jaarkalender in het kasteel geïntegreerd.
In 1923 wordt het ons “kasteelgemeentehuis”. In 1990 werd het als monument beschermd.

 

Koetshuis

Architect Jean-Pierre Cluysenaar ( 1811-1880) ontwerpt het koetshuis met paardenstallen in 1851 voor baron Guillaume de Viron.
Het functionele gebouw in eclectische stijl vertoont een zekere gelijkenis met het station van Aalst van dezelfde architect.
Het complex is eigendom van de gemeente en sinds 1990 een beschermd monument .

 

Kasteelhoeve - Laiterie

Architect Jean-Pierre Cluysenaar (1811-1880)   ontwerpt de kasteelhoeve, "Laiterie van Sint-Alena”, voor baron Théodore de Viron. De poorttoren vermeldt het jaartal 1889.
De voorgevel met kunstige spietorentjes, blindboogjes en neoromaanse ramen   biedt de kasteelbewoners een mooi uitzicht.   De langschuur bevat een oudere kern in eiken vakwerk.
Het complex, eigendom van de gemeente,  is beschermd monument sinds 1990.

 

IJskelder

De ijskelder, in 1862 gebouwd door architect Jean-Pierre Cluysenaar, hoort bij het kasteel van baron   Théodore de Viron, het huidige gemeentehuis.
IJs, gehakt uit de nabijgelegen vijver, werd erin bewaard.
De in vergetelheid geraakte ijskelder wordt bij graafwerken toevallig herontdekt en is sinds 1989 weer toegankelijk voor het publiek.
In de winter biedt hij nu een veilig en droog onderkomen voor enkele vleermuizen.

 

Spaans Huis  

Bronnen vermelden omstreeks 1550 een (lemen) hofstede op " 't Overbeke ".
Bronnen uit 1707 vermelden een "van steen" verbouwd huis verkocht   als "een hoffstadt metten huysen … gelegen nu genomt Spaignien".
Het goed komt in 1862 in het bezit van Théodore de Viron, vervolgens in 1903 van de familie De Meuter.
Sinds 1979 is het beschermd om zijn historische waarde.

Sint-Alenatoren

De legende vertelt dat Sint-Alena, dochter van de Frankische vorst Levold, hier einde 7de eeuw woont.   Van de vijf torens van de oorspronkelijke stenen waterburcht uit de 14de eeuw rest alleen nog deze Sint-Alenatoren.
Eén van de eerste bewoners is de familie de Heetvelde. Na de brand van 1695 wordt het kasteel heropgebouwd door de familie Malo.
In 1804 koopt baron Jean-Bernard de Viron het kasteel. Zijn zoon Guillaume laat de stallen optrekken in neogotische stijl.

Achter het gemeentehuis van Dilbeek bevindt zich op het eiland in de vijver de Sint-Alena Toren, beschermd als dorpsgezicht. De toren is bereikbaar via het Sint-Alena Brugje. Het brugje lag er de laatste jaren verwaarloosd bij en moest zelfs ondersteund worden.
Het Regionaal Landschap besloot om het bedreigde brugje te restaureren samen met vzw Dilbeeks Erfgoed en met de subsidies voor de landschapsteams (via de Vlaamse Gemeenschap - Afdeling Monumenten en Landschappen). Daarvoor nam het een kunstsmid onder de arm.

Sint-Ambrosiuskerk

Gotische kerk, opgetrokken in kalkzandsteen uit de omgeving, onder meer uit de nabijgelegen Wolfsputten.
De oorspronkelijke stenen zijn, na verschillende   restauraties in   de 20ste eeuw, alleen nog zichtbaar binnen in de kerk.
De vierkante toren en de bijgebouwen dateren uit de 13de eeuw, het basilicale schip, het transept en het koor uit de 15de eeuw. De sacristieën en de doopkapel worden in 1908 bijgebouwd.
De kerk is beschermd monument sinds 1938.

Neerhof

Het Neerhof, een vierkantshoeve, wordt reeds in 1217 als eigendom van de abdij van Vorst vermeld. Het boerenhuis dateert uit 1740.   Het telt zeven traveeën en heeft een leien dak. De stallen en schuren rondom de binnnenkoer zijn met Vlaamse pannen afgedekt. De grote schuur bevat nog een oude kern in vakwerk- en leembouw.
Het Neerhof is eigendom van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en werd in 1979 gerestaureerd en ingericht als gezins- en jeugdboerderij.
Beschermd sinds 1975,  is het één van de weinige beschermde hoeven die nu nog een landbouwfunctie vervult.

Kasteel Groot-Bijgaarden

 

Het kasteel, opgetrokken omstreeks 1640 in traditionele bak- en zandsteenstijl, toont fier zijn wapensteen en twee medaillons.

Een stenen brug, uit afbraakmateriaal van een Schaarbeekse kerk, verleent toegang tot het Poortgebouw met ronde hoektorens.

Dit domein, oorspronkelijk   in het bezit van de heren van Bijgaarden, wordt in 1903 aangekocht door Raymond Pelgrims.

Links wordt het landhuis uitgebreid met een uitspringend gedeelte bekroond met een peervormige toren.

Rechts wordt een uitspringend gedeelte met trapgevels en een traptorentje toegevoegd.

De vensters worden versierd met kruiskozijnen en de in het kasteel geïntegreerde kapel krijgt een gotische toets.

De vierkante 14de eeuwse donjon is bekroond met kantelen en ronde overstekende spietorentjes.

Beschermd monument sinds 1940.

Sint-Wivinaklooster

 

Hier leefde de heilige Wivina van 1129 tot 1170.   Godfried I, Hertog van Brabant, schenkt haar in 1133 deze eigendom.

In 1242 wordt de Benedictijnse kloostergemeenschap een zelfstandige priorij, los van Affligem, en draagt van 1548. Van 1548 tot 1794 de titel van abdij.

Na de Franse Revolutie vestigt de familie Dansaert een chicoreifabriek in het domein. Sinds 1897 bewonen de Broeders van de Christelijke Scholen het klooster.

De oude infirmerie (1631), het Poortgebouw (1730), het priesterhuis (1756), het pachthof (1775) en de omheiningsmuur (17de eeuw) zijn restanten van de abdij. De andere gebouwen werden opgetrokken door de Broedergemeenschap.

 

In het park liggen nog de ruïnes van de oorspronkelijke abdij.

Tegenover de ingang, aan het einde van de dreef, bevindt zich de Sint-Wivinakapel (1660) met haar bron.

De Sint-Wivina-abdij en de ommuring zijn beschermd sinds 1996 en als dorpsgezicht erkend.

Pampoelhuis

Tot na de Eerste Wereldoorlog staat hier een hoeve, ‘De Cam’.

Dit voormalige gemeentehuis van Groot-Bijgaarden wordt in 1933   door Raymond Pelgrims opgetrokken met materiaal afkomstig van het Pampoelhuis in Ganshoren.

Een barokke boog verbindt het gemeentehuis met het schoolmeestershuis dat in 1953 wordt gebouwd met afbraakmateriaal uit het Brusselse.

De gebouwen in baksteen en zandsteen vormen samen met de Sint-Egidiuskerk een architecturaal hoogstandje.

Beschermd monument sinds 1940.

Sint-Egidiuskerk

Deze kerk in classicistische stijl wordt tussen 1771 en 1776 naar een ontwerp van architect Bernard Thibaut gebouwd.

Voor de plint rondom de kerk worden stenen van de afgebrande gotische kerk hergebruikt. De ingebouwde toren uit1599 wordt voorzien van een classicistisch inkomportiek.

In 1945 treft een vliegende bom de kerk.   Na de restauratie in1950 wordt de ‘Spaanse baksteen’ in de gevel opnieuw zichtbaar.

Tussen de grafstenen in de gevel, deze van de classicistische hofarchitect Laurent-Benoît Dewez (1731-1812).

Beschermd monument sinds 1946. 

Sint-Pieterskerk

Deze parochiekerk dateert uit de 13de en 14de eeuw en is opgetrokken in kalkzandsteen, mogelijk   uit de nabijgelegen 'steenpoel' groeve.

De kerk ondergaat in de loop der tijden tal van verbouwingen. De   toren wordt verhoogd in 1666 en in 1893 wordt een hoog ingesnoerde naaldspits toegevoegd. In de 20ste eeuw krijgen de dwarskapellen een puntgevel.

Merkwaardig zijn de kopjes aan de buitenzijde van het schip onder de dakgoot.

Het interieur bekoort met een fraaie lambrisering uit de 17de eeuw.

De kerk is beschermd monument sinds 1938, de kerkhofmuur sinds 1975.

Sint-Annakerk

Gebouwd omstreeks 1250.

Het kerkje is te herkennen op het schilderij "De parabel der blinden" (1558) van Pieter Bruegel.   . Op het schilderij schilderde hij het   koor   van de toenmalige romaanse kapel. Eind 17de eeuw wordt het koor verbouwd in laatgotische stijl; de sacristie,dwars op het nieuwe koor, wordt toegevoegd,.

Bij restauraties, o.a. in 1975, verdwijnt het classicistisch interieur en wordt de bepleistering in het koor weggenomen.

De kerk   en de omgeving zijn sinds 1948 beschermd.

 

Spoorwegviaduct

Spoorwegviaduct van ca. 500 m over de Pedevallei, gebouwd in 1929. Zestien   bogen in ter plaatse gestort gewapend beton. De brug, in de volksmond de zeventien bruggen genoemd, is een uniek voorbeeld van een dergelijke lange en hoge betonnen spoorwegviaduct. Ze werd opgericht in een vrij vroege fase van de betonconstructie. Het kunstwerk draagt de esthetische kenmerken van het Interbellum.

Op het ontwerp van lijst van de voor bescherming vatbare monumenten geplaatst op 22 mei 2003

Trammuseum

De lijn Brussel - Schepdaal van de buurtspoorwegen wordt in 1887 geopend.

Tuinders en fruitkwekers maken er dankbaar gebruik van om Brussel te bevoorraden met groenten en fruit.

De   "boerentram”   rijdt in 1970 zijn laatste rit.

De stelplaatsen zijn vrijwel onveranderd sinds 1888.   De gebouwen, de woning van de stelplaatsoverste met kantoren en wachtzaal, het goederenmagazijn en de   watertoren zijn opgetrokken in baksteen onder zadeldak.

In 1962 wordt hier het Buurtspoorwegmuseum ingehuldigd. Het trammuseum en zijn rollend materieel worden in 1993 beschermd.

Het trammuseum wordt op dit ogenblik gerenoveerd. Het wordt beheerd door Stichting Vlaams Erfgoed.

Watermolen van Pede  

De Banmolen van het Land van Gaasbeek

In 1392 al werd hij vermeld in een acte: “Sweder van Abcoude, Heer van Gaasbeek, kocht van Arnoul, zoon van Gielelmus van Pede, een heuvel met woningen op de top en met een watermolen aan de voet.”

Volgens sommige bronnen zou Pieter Bruegel de watermolen in beeld gebracht hebben meer dan 400 jaar geleden, o.a. op de schilderijen  “De terugkeer van de kudde” en “De ekster op de galg”. In 1800 werkten in ons land zo’n 3000 watermolens en evenveel windmolens. Er was één molen per 500 à 1000 inwoners. Later  werd de stoommachine de voornaamste energiebron. In 1935, na de elektrificatie, waren wind- en watermolens bijna uitgespeeld voor de maalderij. Wel werden ze dikwijls nog in combinatie met andere energiebronnen ingezet. De Pedemolen staakte zijn economische bedrijvigheid definitief in 1965. De laatste molenaar was Jozef Zeghers.

 

De huidige molenaars, die elke tweede en vierde zondag van de maand voor het publiek malen, zijn Wies De Troch, Leo Tielemans, Robert Staquet en Willy Deschuyter. De maalkalender vindt op de webiste van vzw Dilbeeks Erfgoed

Sint-Martinuskerk

De parochiekerk, in laatgotische stijl is gebouwd met kalkzandsteen. Wanneer de bouw van de huidige kerk precies werd aangevat, is niet met zekerheid te zeggen.   De meest kunsthistorici situeren de bouw aan het eind van de 15de en begin 16de eeuw.

Opvallend is de kruisingstoren. Eind 17de eeuw worden een uitspringend portaal   en een kapel aangebouwd.

Bij de restauratie van 1966 tot 1975 zijn de Romaanse sporen verdwenen en wordt het westerportaal volledig vernieuwd.

In de kerk zijn de beelden, altaren, communiebank, lambrisering, preekstoel en grafstenen interessant.

De kerk wordt in 1938 beschermd monument, de kerkhofmuur in 1981

 

Huisje Mostinckx

Een langgevelhoeve in houten stijl- en regelwerk, opgevuld met leem.

In betere tijden vervangen de bewoners het strooien dak door een pannendak   en versterken de achtergevel met baksteen. De schuur is volledig in baksteen gebouwd.

Tot ver in de 19de eeuw zijn de lemen hoevetjes in het Pajottenland de meest voorkomende behuizing. De naam Pajotten (paillottes) verwijst volgens sommigen naar het strodak van deze woningen.

Deze enkele vierkante meter vertellen op aanschouwelijke wijze veel over het vroegere harde (boeren)leven   en de traditionele woningbouw.

In 1556 wordt het huis voor het eerst vernoemd als eigendom van Jean Moernay.   Later is het bekend als herberg “De   Oude Smisse” (1598) en “De Helle” (1621). Sinds 1722 is het perceel in het bezit van de familie Mostinckx.

In mei 2000 wordt het huisje om zijn historisch-educatieve waarde door de gemeente   aangekocht.

Het hoevetje en het dorpsgezicht worden in 1981 beschermd.

 

Pastorie

Dit "curehuys" wordt in 1754 gebouwd.

Het kapittel van Mechelen wordt, na een proces, verplicht een ‘behoorlyck Pastoreel huys… te bouwen’. Het huis heeft twee verdiepingen bestaande uit vier ongelijke traveeën met zadeldak. Het is geflankeerd door recentere bijgebouwen onder lessenaarsdak.. In de voorgevel zit een steekboogdeur omgeven door arduin. De pastorietuin is volledig ommuurd.

Beschermd sinds 1981.

Kasteel La Motte

In 1773 wordt de eerste steen gelegd van dit landhuis naar een ontwerp van een van de belangrijkste architecten uit de 18de eeuw,   Laurent-Benoît Dewez (1731-1812).

Hij introduceert de (neo)classicistische stijl in de Oostenrijkse Nederlanden en wordt hofarchitect van landvoogd Karel van Lorreinen.

Kenmerkend voor Dewez zijn de symmetrie, monumentaliteit en soberheid.

Door toepassing van de 'gulden snede' op grondplan en gevels straalt het complex rust en evenwicht uit.  

De gemeente Dilbeek verwerft dit goed in 1981.

Kasteel en parkgebied genieten bescherming sinds 1986.

 

Kasteel Nieuwermolen

Een 300-meter lange dreef leidt via de inrijpoort naar de in het groen verscholen 15 eeuwse   waterburcht. De naam ‘Nieuwermolen’ verwijst naar een vroegere molen.

Het huidige L-vormige kasteel, gebouwd rondom een donjon, is opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl met speelse raamverdelingen en trapgevels. Muurankers verwijzen naar 1596 en 1606. Aanpassingen en restauraties resulteren in het huidige uitzicht.

In het park bevindt zich een merkwaardige achthoekige ijskelder uit 1836 en groeit een zeldzame   Noord-Amerikaanse amberboom.

Het kasteel is beschermd sinds 1962   en wordt bewoond door de familie de Ghellinck Vaernewyck.

 

Sint-Ulrikskerk

Laatgotisch zandstenen bouwwerk uit 1618 met ingebouwde neogotische toren, westportaal, driebeukig schip, uitspringend transept en vijfzijdig koor.

De kerk heeft meerdere bouwfasen gekend: zo is het koor uit de 17de eeuw, de zijbeuken zijn uit de tweede helft van de 18de eeuw. Buiten enkele opvallende grafstenen, binnen opmerkelijke kunstwerken waaronder het fraaie meubilair.

Beschermd monument sinds 1980.

 

Laatste wijziging: 25/04/2013
Gemeente Dilbeek
Gemeenteplein 1
1700 Dilbeek
Tel 02/451.68.00
E-mail: dilbeek@dilbeek.be
Copyright © 2006-2014 Dilbeek
 
Volg ons op:
Facebook
Twitter