In 1999 besliste Vlaanderen een deel van zijn begroting te besteden aan ontwikkelingssamenwerking en gaf de Vlaamse regering het startsein voor een samenhangend ontwikkelingsbeleid. Gemeenten die hun inwoners willen sensibiliseren voor het Zuiden krijgen hiervoor subsidies. Dat doet de Vlaamse gemeenschap via de zogenaamde convenants, afspraken tussen de Vlaamse en gemeentelijke overheid.
In 2001 werden alle Vlaamse gemeenten uitgenodigd om deel te nemen aan dit nieuwe beleid. Het gemeentebestuur van Dilbeek en de Raad voor Internationale Samenwerking (RIS) maakten samen een actieplan voor 2002 op en lieten dit goedkeuren op de algemene vergadering van de RIS en de Gemeenteraad. De eerste convenant tussen de Vlaamse Gemeenschap en het gemeentebestuur Dilbeek werd uiteindelijk afgesloten in april 2002.
Op 14 februari 2002 kwam de werkgroep voor de uitwerking van de stedenband voor de eerste keer samen; deze werkgroep bestaat uit geïnteresseerde vrijwilligers en ambtenaren die op aanraden van de RIS en het gemeentebestuur besloten om verder te werken aan een duurzame Noord-Zuid samenwerking met de gemeente Franschhoek (Stellenbosch/Zuid-Afrika); zo kunnen alle initiatieven met de gemeente Franschhoek in één werkgroep gekanaliseerd worden in en gecommuniceerd worden naar de bevoegde instanties/personen.
Datzelfde jaar werd reeds een bezoek aan Stellenbosch en Franschhoek gebracht. Opzet van de reis was om na te gaan rond welke thema’s Dilbeek en Stellenbosch kunnen samenwerken.
In 2003 kwamen Dilbeek en Stellenbosch overeen om samen te werken rond milieu- en jeugdwerking; in een latere fase kan AIDS-preventie ook aan bod komen.
Januari 2004 vertrok opnieuw een delegatie vanuit Dilbeek om de opstart van de projecten in Stellenbosch mee te begeleiden. In juni kwamen de ambtenaren verantwoordelijk voor deze projecten in Stellenbosch op leerbezoek in Dilbeek.